De Afsluitdijk

Ik heb een lange fietstocht gemaakt. Het plan was om koffie te gaan drinken in Heerhugowaard, maar iets zei mij dat ik maar niet van te voren moest bellen dat ik er aan kwam. En dat was maar goed ook. De 36 kilometer over de afsluitdijk had ik fikse wind tegen. Aan de overkant aangekomen was mijn accu en die van de fiets bijna leeg. Ik heb het wijze besluit genomen om niet door te fietsen. Ik ben omgedraaid en heb 36 kilometer met de wind in de rug naar huis gefietst.

Lijf; Dat was me wel weer een fietstocht! Ik ben kapot. Maar geest wat ben ik trots op je! Je hebt het juiste besluit genomen.

Geest; Ik merkte al snel dat het een barre tocht zou worden, maar wat was het mooi met de zon op het water en de wind in ons gezicht. Fijn om te horen dat je trots op me bent. Ik moet eerlijk zeggen dat ik tot het laatste moment heb getwijfeld.

Lijf; Ja dat weet ik, omdraaien is voor jou eigenlijk hetzelfde als opgeven. Maar door dit besluit hebben we nu wel een fijn weekend. Ik heb flink moeten werken en dat voelt goed, maar ik ben niet over een grens heen gegaan. Doordat we op de terugweg anderhalf uur wind mee hebben gefietst heb ik niet tot het uiterste hoeven gaan. Nu voel ik dat ik weer een beetje sterker ben en niet totaal afgemat.

Geest; Tof! Ik had het al in de gaten! We hebben vandaag lekker kunnen klussen in de tuin en ook nog voetbal bij Niels gekeken. Ik leer het wel! Luisteren naar jou.

Lijf; ja, we werken echt steeds beter samen. Maar wat heeft jou eigenlijk doen besluiten om niet door te fietsen tegen de wind in, maar om te draaien en dezelfde weg terug te nemen?

Geest; Ik had al in de gaten dat jij het zwaar had. Het rechterbeen had moeite om op de trapper te blijven, de kracht werd steeds minder. Ik was daardoor zo druk met focussen op het been dat ik niet meer om me heen kon kijken en genieten van de wind, de zon en het water.

Lijf; Dat was inderdaad aan de hand en de rug deed ook steeds meer pijn. Dat kost ook energie.

Geest; Precies, vandaar het besluit om terug te gaan naar huis. Met de wind in de rug heb ik heerlijk genoten! En daarna thuis in bad bijkomen was ook heerlijk!

Lijf; Zeer welkom, dat bad! Al met al zijn we tevreden over de tocht en met elkaar!