Winterdepressie 1

Het wordt weer steeds vroeger donker en ik merk het direct. Mijn lijf reageert alsof het in winterslaap wil. Het heeft behoefte aan ander eten (chips, koolhydraten) en wordt ’s morgens niet wakker. Ik voel me de hele dag heel erg moe, sleep mij van het een naar het ander en denk de hele dag aan mijn bed. Ook ben ik bezig met dat andere eten waarvan ik weet dat het niet goed voor me is. Ik weet dat het een grotere belasting is voor mijn spijsvertering, waardoor ik mij nog moeier zal gaan voelen. Maar hoe doorbreek ik dit? Kan ik het doorbreken of hou ik de komende donkere maanden last van deze verschrikkelijke vermoeidheid met wazig zicht, watterig hoofd en loodzware benen?

Geest; Dit is niet te doen, we moeten echt in beweging blijven. Ik heb zo’n zin om te klussen in de tuin en in het weiland bij de paarden, maar op deze manier is er geen lol aan.

Lijf; Ik weet ook niet zo goed wat er aan de hand is. De benen zijn loodzwaar, de ogen hebben moeite met scherp stellen en in het hoofd blijft het de hele dag wazig. Kan je niet iets bedenken?

Geest: Ik zit me rot te prakkiseren. We waren zo goed op weg na de fietsvakantie in Engeland. Fit en krachtig en vol goede moed en nieuwe plannen. Het lijkt wel alsof we niet tegen het donker kunnen. We passen ons te veel aan de natuur aan. We hebben behoefte aan een winterslaap ofzo.

Lijf; Ja, maar dat kan echt niet. Dat zou betekenen dat we niet gaan fietsen en dat we niet eens de paarden kunnen verzorgen.

Geest: Maar ik zie er zoooo tegenop om deze leuke dingen met zo’n zwaar lijf te doen. Ik ben bang voor een winterdepressie als het zo doorgaat.

Lijf; Doe niet zo sneu, bedenk liever iets.

Geest; Je hebt gelijk. Ik ga me wel verdiepen in winterdepressie en alles wat daarbij komt kijken. We gaan de komende dagen energie steken in jou, lijf. We gaan ervoor zorgen dat jij de ondersteuning krijgt die jij nodig hebt om de winter goed door te komen.